De Wet gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (Wgs) introduceerde een nieuwe rol: de coördinerend Functionaris Gegevensbescherming (cFG): spil in toezicht op gegevensdeling. Inmiddels krijgt deze functie steeds meer vorm en zijn de eerste cFG’s actief aan de slag gegaan.

Doel van de Wgs

De Wgs moet ervoor zorgen dat organisaties beter kunnen samenwerken bij de aanpak van complexe maatschappelijke problemen, zoals ondermijnende criminaliteit, fraude en zorg- en veiligheidsvraagstukken.

De coördinerend FG: spil in toezicht op gegevensdeling

De wet biedt een wettelijke grondslag voor het delen van persoonsgegevens binnen specifieke samenwerkingsverbanden. Op dit moment geldt de Wgs voor vier bestaande verbanden: het Financieel Expertisecentrum (FEC), de Infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV), de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) en de Zorg- en Veiligheidshuizen.

Binnen deze samenwerkingsverbanden werken onder meer gemeenten, de politie, de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en soms ook private partijen samen. Het doel is om signalen sneller te combineren en effectiever op te treden tegen criminaliteit en maatschappelijke ontwrichting.

De verhouding tussen FG en cFG

Omdat binnen deze samenwerkingsverbanden grote hoeveelheden persoonsgegevens worden verwerkt, introduceert de Wgs aanvullende waarborgen. Eén daarvan is de verplichte aanwijzing van een coördinerend FG. Deze rol is vastgelegd in artikel 1.4 van de Wgs.

De cFG wordt aangewezen uit de FG’s van de deelnemende overheidsinstanties en heeft als taak het toezicht op gegevensbescherming binnen het samenwerkingsverband te coördineren.

De cFG vervangt de “gewone” FG’s van de deelnemende organisaties niet. Iedere deelnemer behoudt zijn eigen verantwoordelijkheid onder de AVG. De cFG heeft vooral een verbindende en coördinerende rol. Denk daarbij aan:

  • het afstemmen van toezicht;
  • het begeleiden van privacy-audits;
  • het signaleren van risico’s;
  • het fungeren als aanspreekpunt binnen het samenwerkingsverband.

Daarnaast moeten deelnemers melden wanneer zij afwijken van privacy-adviezen, zodat de cFG kan beoordelen of verdere escalatie nodig is.

Dergelijke samenwerkingsverbanden bestaan vaak uit een groot aantal partijen. Daardoor bestaat het risico dat het overleg tussen de cFG en de verschillende FG’s onoverzichtelijk en inefficiënt wordt. In de praktijk wordt daarom regelmatig gekozen voor een kerngroep van FG’s die structureel overleg voert met de cFG. Deze kerngroep koppelt vervolgens terug aan de overige FG’s binnen het samenwerkingsverband.

Kritiek van de Autoriteit Persoonsgegevens

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft tijdens het wetgevingstraject meerdere keren kritisch geadviseerd over de Wgs. Volgens de AP biedt de wet onvoldoende bescherming tegen grootschalige en moeilijk controleerbare gegevensverwerking.

De toezichthouder waarschuwde dat burgers op risicolijsten kunnen belanden zonder dat zij daarvan op de hoogte zijn of zich daartegen effectief kunnen verweren..

Ook over de rol van de cFG was de AP kritisch. Volgens de toezichthouder past deze functie niet goed binnen de systematiek van de AVG en dreigt verwarring over verantwoordelijkheden en onafhankelijk toezicht. Een FG hoort immers onafhankelijk toezicht te houden binnen de eigen organisatie. Door één FG een coördinerende rol te geven over meerdere organisaties ontstaat volgens de AP het risico dat toezicht versnipperd raakt of juist onvoldoende scherp wordt uitgevoerd.

Ondanks die kritiek heeft de wetgever ervoor gekozen de rol toch in te voeren, mede omdat binnen complexe samenwerkingsverbanden behoefte bestaat aan centrale coördinatie van privacytoezicht.

De praktijk zal moeten uitwijzen of de cFG daadwerkelijk bijdraagt aan betere gegevensbescherming, of dat de zorgen van de AP terecht blijken. Vast staat in ieder geval dat de functie een sleutelpositie inneemt binnen de samenwerkingsverbanden.

Meer weten over gegevensdeling bij gemeenten? Bestel het boek Gegevensbescherming bij de gemeente

Gerelateerd